De Western paardenrassen.

De oorsprong van de Noord-Amerikaanse rassen ligt rond 1700, hoewel de meeste rassen die we nu kennen hun oorsprong, vreemd genoeg pas na 1900 hebben. Om snel te kunnen sprinten, stoppen en wenden, heb je een compact paard nodig, dat echter sterk genoeg moet zijn om een man/vrouw te kunnen dragen.

Tot het einde van de 19e eeuw gebruikten de cowboys veelal Mustangs en Stockhorses (Quarter en Paint moesten nog 'geboren' worden), meestal 'per jaar' om zodoende te voorkomen dat zo'n paardje zou bezwijken onder zijn zware dagtaak. De Mustangs stammen rechtstreeks af van de Spaanse volbloed paarden en Stockhorses waren eigenlijk een versmelting van Mustang en Engelse volbloed, maar gericht op het principe van 'genoeg bloed voor de pit' maar 'weinig bloed voor de zenuwen'.

Want de tot dan toe bekende volbloed rassen waren veelal te zenuwachtig om het ene moment in volle galop achter een koe aan te schieten en het volgende moment rustig te blijven staan terwijl de ruiter op de grond aan het werk was.

Hoewel je vele verschillende rassen ziet starten in de diverse western disciplines, zijn de winnaars toch vaak paarden, waarvan de recente ontwikkelingen voor een belangrijk deel in Noord-Amerika liggen. Hoe je het ook bekijkt, één ding is zeker; voor de westernstijl binnen de bekende western disciplines zijn korte compacte paarden beter geschikt dan de meeste grotere Europese rassen. Derhalve zijn voor vele westernruiters de 'Noord Amerikaanse' rassen het ultimo voor de western ruiterij. Maar ook de Arabische volbloed, de Haflinger of de compacte paardenrassen uit Oost Europa doen het erg goed als western paard.

Voor ranch- of runderarbeid zijn in de loop der eeuwen de meest uiteenlopende paardensoorten gebruikt. Selectieve fok leverde paarden op die zich daar waar grote afstanden te overwinnen waren in moeilijk terrein, snel konden bewegen en die voldoende conditie hadden om dergelijke afstanden te overbruggen. Over het algemeen kan men stellen dat er aan de westkust van Amerika, ten gevolge van de omstandigheden daar, vraag naar beweeglijke lichte paarden was en is: nog steeds is daar dit type paard dat wat hoger in het bloed staat, erg gewild. In Texas daarentegen, waar lasso-arbeid veel voorkomt, worden zware paardentypen gevraagd. Het zal duidelijk zijn dat, wanneer een paard een zware stier remmen moet, het nodig is dat hij over een zekere "standvastigheid" beschikt en het nodige eigen gewicht "in de schaal" kan leggen. Voor dat werk werden in het Middenwesten en in het Texaanse gebied koudbloed paarden ingefokt.

Tengevolge van de ontwikkeling van de westernsport zijn de verschillen gaandeweg minder uitgesproken. Binnen de westernsport worden beide typen paarden gebruikt voor de verschillende (wedstrijd)disciplines. Voorbeelden hiervan zijn: runderarbeid (waarvoor het Texaanse type uitermate geschikt is), dressuur en snelheidsevenementen (waarvoor het West Coast type zich bij uitstek leent). De rassen die tegenwoordig voor het westernrijden het meest geschikt zijn, juist omdat zij in beide typen voorkomen, zijn dus voornamelijk de paardenrassen die in de VS hiervoor gebruikt worden. In principe is met elk paardenras het westernrijden te beoefenen maar door de strenge selectie die de cowboys in het verleden toepasten bij de keuze van hun paard bleek dat 3 rassen bij uitstek aan hun eisen beantwoordden: de Appaloosa, de Paint Horse en de Quarter Horse.

Voor nog diepere informatie;

Westernriding

De vroege geschiedenis

De verschillende stijlen

De verschillende onderdelen

Western uitrusting

Veel van deze informatie is afkomstig van http://home.wanadoo.nl/frooy/Westernriding.htm